Er zijn zoveel dingen die je moet onthouden. “Ik moet dit nog even doen morgen, ik moet dat nog regelen. Dit moet ik meenemen als ik daar heen ga. Ik moet dat boek nog terug brengen.” Zoveel dingen die je wil vergeten. “Had ik dat nou maar nooit gezegd. Ik weet nog dat ik dat heb gedaan, vreselijk, om me dood te schamen. Was ik nou maar aardiger geweest, had ik dat nou maar beter gedaan.” En vaak zijn er ook zoveel dingen die je haast vergeten bent terwijl je ze zo graag wil onthouden en bij je wil dragen, iedere dag. “Mooie jeugdherinneringen, hoe het was toen je daar was. Hoe fijn je dat vond. Moment die je ontroeren als je eraan terug denkt.” Er zijn zoveel, zo ontzéttend veel dingen van vroeger die ik het liefste wil onthouden, maar wat vergeet ik ze maar al te snel. Zo, zó jammer.
Heb je dat wel eens? Van die mooie herinneringen van vroeger die opeens als een flashback weer terug komen op momenten wanneer je ze nodig hebt. Ze troosten je, steunen je. Laten je even alles vergeten, en het belangrijkste, ze laten je terug denken aan hoe het was.. Hoe het nu niet meer is..
Ik heb het vaak als ik op bed lig. Er is veel gebeurd die dag, en ik sta op het punt om te gaan slapen. En dan, juist dan, ga ik nadenken over van alles en nog wat. Soms nuttig, soms totaal zinloos. Ik pieker over wat er nog moet gebeuren en daarna wordt het vanzelf verlangen naar wat er was. Het is fijn om even stil te zijn bij het verleden. Hoe je als kind een lichtje aan liet tijdens het slapen. Hoe je ouders je instopten en je een nachtkus gaven. Hoe je bij ze in bed kon kruipen als je een nachtmerrie had. En hoe je altijd uit kon huilen.
Ik ben nu bijna zeventien. Ik ben dat kleine meisje niet meer. Niet meer zo teer en niets-wetend. Ik ben niet meer dat meisje dat het lichtje aan laat. Of naast je bed komt staan na een nachtmerrie. Ik ben het meisje dat er stiekem nog wel eens naar terug verlangt.